rit 3: ROUTE
Col de l a Schlucht – Petit Ballon – Col de Platzerwasel
Afstand: 80km – hoogtemeters: 2257
Filed under: Uncategorized | Leave a Comment »
rit 3: ROUTE
Col de l a Schlucht – Petit Ballon – Col de Platzerwasel
Afstand: 80km – hoogtemeters: 2257
Filed under: Uncategorized | Leave a Comment »
Koninginnerit : ROUTE
Col de la Vierge – Route des Américains – Grand Ballon
Hoogtemeters: 2227 – Afstand: 100km
Filed under: ritten Vogezen 2009 | Leave a Comment »
Filed under: ritten Vogezen 2009 | Leave a Comment »
Renners:
Groep 1 : Duchateaux – Blanc – Sonny gemid. : 28,10km/h
Groep 2 : Henkie – Cliff – Marc Brouns gemid.: 27,5km/h
Groep 3 : Franklins – Roland – Tom – Nestes gemid.: 26,10km/h
Filed under: RITTEN 2009 | Leave a Comment »
Renners: Franklins, Roland, Nestes
Filed under: RITTEN 2009 | Leave a Comment »
Renners: Cliff (‘Bleu’), Henkie, Patje en nestes.
Filed under: RITTEN 2009 | Leave a Comment »
Het was vroeg dag en buiten stonden de hemelsluizen wagewijd open wat onze motivatie om te fietsen op een laag pitje bracht. Toch waren we vastbesloten om op de fiets te kruipen, na het ontbijt besloten Duchateaux en Blanc om als enigen de lastige rit van 80km voor hun rekenig te nemen, de anderen kozen voor de 70km. Nadat een ogenschijnlijke droge periode aanbrak trokken we vlug onze fietsplunje aan en waren we vertrekkensklaar. We hadden nog maar ons zadel aangeraakt en het begon opnieuw te regenen. We trokken ons hier niets van aan en namen ons voor om er het beste van te maken. Blanc en Duchateaux gingen hun eigen weg en onze groep zette zich in gang met Patje als gids.
We reden aan een gezapig tempo want enkelen hadden door de zware rit van de dag ervoor nog serieus last van verzuurde beentjes. Dit beterde echter naarmate we verder reden. Ondanks de regen amuseerden we ons op het licht glooiend parcours. Onze pret was echter van korte duur want tijdens een kleine afdaling brak één van de spaken van mijn voorwiel en meteen stond mijn wiel paraplu, ik kon hier niets meer mee aanvangen. Daar stonden we dan in de gietende regen en in de verste verten was niemand te zien tot een plaatselijke inwoner zijn garagepoort opendeed en ons een schuilplaats aanbood. Tot onze grote verbazing was hij druk bezig met aan zijn mountainbike te sleutelen en vroeg hij wat er aan de hand was. Hij kon mij echter ook niet helpen waarna we besloten om verder te rijden tot in het volgend dorp.
Filed under: Vogezen 2008 | Leave a Comment »
Na een verkwikkende nachtrust was iedereen rond 8h00 paraat voor het ontbijt en zagen we dat het buiten uitstekend weer was om te fietsen. het ontbijt was in de vorm van een buffet en er was voldoende keuze uit fruitsap, koffie, croissants, stokbrood, kaas, …. (1), (2), (3), (4). Tijdens het ontbijt beslisten Franklins en Patje dat ze de voorkeur gaven aan nog een locale route van een 70-tal km, ongeveer dezelfde als de donderdag maar dan in omgekeerde richting, i.p.v. deel te nemen aan de koninginnerit. Dit betekende dat ik alleen met de bestelwagen de rit zou begeleiden. Na het ontbijt werd de route nog eens samen over-lopen en kreeg iedereen op papier een korte beschrijving van de rit mee, daarna begaven we ons naar de kamers om de nodige voorbereidingen te treffen.
Vermits we met de wagens naar ons vertrekpunt Le Thillot gingen moesten de fietsen en het bijhorende materiaal nog in de bestelwagen geladen worden (5), eens dit achter de rug was waren we volledig klaar om aan dit nieuw avontuur te beginnen (6), (7). Franklins groette ‘deze die gingen sterven’ nog voor de laatste maal (8).
De autorit naar Le Thillot duurde ongeveer 45min en we vonden er vlug een ruime openbare parking waar we op ons gemak al het nodige materiaal konden uitladen. Net als volleerde profs checkte ieder zijn fiets en uitrusting (9), en waren we klaar om te vertrekken, enkelen moesten nog wat ballast overboord gooien (10). We hadden zelfs nog even de tijd voor een foto (11). Ik had de GPS ingesteld op ons eerste referentiepunt nl. Saint-Maurice-sur-Moselle vanwaar we de beklimming van de Ballon d’alssace gingen aanvatten, de eerste kuitenbijter van de dag.
De afstand van onze startplaats tot in Saint-Maurice-sur-Moselle bedroeg 6,5km, ideaal als aanloop en om niet ‘koud’ aan de eerste beklimming te beginnen. Bij het wegrijden vanop onze parkeerplaats zaten we direct op de goede baan nl. de N66, die rechtstreeks naar ons eerste doel liep. Het was de bedoeling dat ik voor de ganse rit aan alle cruciale splitsingen ging staan om de fietsers de goede route te tonen, hun bidons aan te vullen, kledij te wisselen, de lijken op te vangen, foto’s te maken, enz…, ik voelde mij als het ware de ‘Dirk Nachtegaele’ (12) van onze bende. Bij de eerste splitsing liep het al mis, we sloegen één straat te vroeg in, en we zaten verkeerdelijk op de MTB-route voor de beklimming van de ‘Alsace’ . Dit foutje werd echter vlug gecorrigeerd en na de goede afslag gevonden te hebben, kon de beklimming van de ‘Ballon d’Alsace’ beginnen.
De klim vanuit Saint-Maurice-sur-Moselle bedraagt 9km met een gemiddelde stijgingspercentage van 6,9%. Over deze afstand worden er in totaal 619 hoogtemeters overwonnen. De klim op zich is zeer gelijkmatig op gebied van stijgingspercentage met een minimum van 5,5% en een maximum van 8%. Onze eerste col in de Vogezen was ook de eerste die ooit werd beklommen in de Tour de France en dit in 1905, ene René Poittier kwam hier solo boven en hij was de enige die zijn voet niet hoefde te zetten. Benieuwd hoe wij het er vanaf zullen brengen, maar de wegen toen waren dan ook van mindere kwaliteit.
Voor iedereen van de groep was het dan ook de eerste keer dat ze zo’n klim voor de wielen kregen. De eerste 2 kilometer werd er nog min of meer in groep gereden maar vlug bleek dat iedereen zijn eigen tempo zocht en dit had zo zijn gevolgen. Duchateaux en Brechten reden weg van de rest waarbij Brechten dan nog eens recht op de trappers (13) ging staan om het tempo nog wat op te voeren. Ik reed de renners één voor één voorbij en hun gezichten spraken boekdelen (14), (15), (16). Ergens halverwege parkeerde ik de be-stelwagen om nog wat foto’s te nemen en de fietsers moed in te spreken. Duchateaux en Brechten (17) re-den nog steeds samen voorop wat later gevolgd door respectievelijk Blanc, Stieri en Bleu. De klim verliep verder doorheen een prachtig bosrijk gebied en hoe hoger we kwamen hoe mistiger en koeler het werd. Duchateaux (18) had ondertussen Brechten achter zich gelaten, die zijn overmoedigheid (19) duidelijk moest bekopen en de man met de hamer was tegengekomen, zo erg zelfs dat hij er niet veel later de brui aan gaf en mij gezelschap kwam houden in de bestelwagen, we reden samen door naar de top (20) om alle ren-ners op te wachten. Duchateaux kwam als eerste boven (21) duidelijk onder de indruk van deze eerste, mooie klim. Blanc die een stevige remonte had ingezet was de volgende die we mochten verwelkomen, hij had er ook van genoten. Stieri had dan weer zijn klim slim ingedeeld en constant zijn eigen tempo gereden. Mijn grootste bewondering ging echter uit naar Bleu die op wilskracht vanuit de laatste bocht te voorschijn kwam en de laatste meters nog eventje ‘en danseuse’ nam.
Op de top namen we nog even de tijd voor een paar foto’s (22), (23), (24), (25), het aanvullen van de bi-dons en het aandoen van de thermovesten (26). Zoals gezegd was het er redelijk fris, zeker na een tijdje te hebben stilgestaan en we hadden nog een mooie en lange afdaling voor de boeg, zelfs Brechten had terug de moed gevonden om op zijn fiets te kruipen. Ikzelf reed de groep voor met de bedoeling om nog eens halt te houden in Sewen. De afdaling was er eentje om de vingers van af te likken, goed wegdek, veel bochtenwerk, weinig verkeer,… Met de bestelwagen was het zelfs uitkijken om de bochten goed aan te snijden en met een paar losgelaten fietsers aan je bumper was het extra opletten. De 14km lange afdaling van de Ballon d’alsace eindigt in Sewen van waaruit we verder in licht dalende lijn richting Masevaux fietsten. Ik reed alvast door tot in Masevaux om daar nog even halt te houden en de rennners de juiste afslag aan te wijzen richting de volgende klim nl. de Col Du Hundsruck, we hadden 43km op onze teller staan.
Met zijn gemiddelde stijgigngspercentage van 3,9% en een maximum van 5,6% was de Col du Hundsruck de tweede klim van de rit en moest er in totaal 8,7km geklommen worden. Na een kleine 4km zit er zelfs een kleine afdaling van ongeveer 1,5km in deze col. Dit moest dus zeker voor iedereen een haalbare kaart zijn, bijna voor iedereen zoals later zou blijken.
Eens in Masevaux toegekomen gingen we aan de eerste verkeerslichten linksaf (27) en meteen zagen we de voet van de Col Du Hundsruck voor ons opduiken. Iedereen was voldoende gerecupereerd van de eerste klim en er werd meteen een aardig tempo ontwikkeld (28). Bleu had echter pech, bij het ingaan van de eerste bocht viel zijn ketting af, waardoor hij kostbare tijd verloor en vermits de groep hier niets van had gemerkt, was de achterstand onoverbrugbaar geworden. Toch gaf hij niet op en zette de achtervolging in, wat hem heel wat energie kostte.
De groep viel uiteen en de volgorde van de eerste klim werd opnieuw gerespecteerd d.w.z. Duchateaux (29)voorop gevolgd door het fietskoppeltje Blanc en Stieri (30). Brechten had echter zijn lesje geleerd op ‘de Alsace’ en reed zijn eigen tempo om de motor niet op te blazen (31). Bleu had zoals eerder vermeld een ach-terstand door pech.
Na ongeveer 3,7 km klimmen volgde een leuke afdaling van 1,5km met enkele pittige bochten, dit leverde spectaculaire foto’s op (33), (34), (35), (36). Na dit korte intermezzo volgde de rest van de klim, over een afstand van 3,5km met een gemiddeld stijgingspercentage van 5%, die door iedereen vlot werd afgehaspeld met uitzondering van Bleu. Hij had zich leeggereden en zag het niet meer zitten om aan het tweede deel van de klim te beginnen. Zijn fiets werd in de bestelwagen gedeponeerd om er pas ’s avonds terug uit te komen en zo had ik mijn eigen co-piloot voor de rest van de rit.
Eens boven op de Col Du Hundsruck (37), (38) hadden we zo’n 54km afgelegd en begon de maag van de meesten flink te knorren, dus werd er besloten om ergens halt te houden en de verloren caloriën terug aan te vullen vooraleer we de zwaarste klim van de dag, ‘de Grand Ballon’ , zouden aanvatten. Hiervoor moesten we tot in Willer-Sur-Thur afdalen maar tijdens onze doortocht in Bitschwiller-les-Than vonden we een deftig restaurant om onze primaire behoefte te bevredigen. We konden er makkelijk onze bestelwagen kwijt op de private parking en werden er, ondanks onze niet alle-daagse verschijning, toch hartelijk ontvangen door een jonge deerne die we in ons beste frans konden wijs maken wat we wilden eten en drinken (39). Zoals het echte profs beaamt werd er volop gekozen voor pasta’s in al zijn mogelijke vormen. Tijdens onze maaltijd vroegen we ons luidop af wat onze twee thuisgebleven fietscompanen, Franklins en Patje, aan het uitspoken waren. We hadden zo het idee dat er bij hen van fietsen niet veel in huis zou komen, zoals later zou blijken hadden we hen duidelijk onderschat.
Deze culinaire stop nam ongeveer een uurtje in beslag waarna we met vol goede moed aan het tweede deel van onze rit begonnen. Bleu besloot om mij nog steeds te vergezellen in de bestelwagen terwijl de anderen zich opmaakten om de Grand Ballon te bedwingen. Hiervoor moesten we nog zo’n 1,5km fietsen tot in Willers-Sur-Thur, niet de ideale aanloop om met een volle maag aan een klim van 16km te beginnen.
De Grand Ballon is de hoogste berg in de Vogezen en vanuit Willers-Sur-Thur is de klim tot aan de top 16km lang waarbij er 974 hoogtemeters moeten overwonnen worden. De gemiddelde stijgingsgraad van de klim bedraagt 6,1% waarbij de klim naar het einde toe steiler wordt met een maximale stijgingsgraad van 8,5%.
Eens we Willers-Sur-Thur binnenreden gingen we op het eerste rondpunt rechtsaf richting de Grand Ballon(40). Iedereen vatte de klim op zijn eigen tempo aan, er waren duidelijk lessen getrokken uit de vorige twee cols. Duchateaux en Blanc trokken samen op pad (41) richting Col Amic, een soort tussenstation, vanwaar de laaste jump naar de top van de col wordt gemaakt. Stieri (42) en Brechten (43) reden afzonderlijk naar boven met slechts één doel voor ogen, de top bereiken, hoe en wanneer maakte hen niet uit.
Bleu en ik reden door tot aan de Col Amic (44) om er eventjes halt te houden, daar zagen we een groep wielertoeristen van een man of tien, aan hun kledij te zien van dezelfde club, die zich klaarmaakten om de laatste zware zeven kilometers (45), (46) af te haspelen. Op zicht konden we uitmaken wie van die groep nog fris zat en wie op zijn tandvlees zat, er waren er duidelijk meer die onder de tweede categorie vielen.Ze moedigden elkaar nog wat aan en weg waren ze.
Niet veel later kwam Duchateaux in ons vizier, hij had afstand genomen van Dimi en reed ons aan een in-drukwekkend tempo en op souplesse voorbij richting de top, nog zeven kilometer te gaan. Dimi was de volgende die we mochten begroeten en ook hij reed in één ruk door. Bleu en ik besloten om niet op Stieri en Brechten te wachten en door te rijden naar de top om de aankomsten van onze renners te kunnen vereeuw-igen. We lasten nog een stop in op ongeveer twee kilometer van de top en op onze weg passeerden we de groep wilertoeristen waarvan er reeds een groot aantal rijp waren om te worden opgepeuzeld door Ducha-teaux. Er was zelfs een ongelukkige bij die zijn maaginhoud op de flanken van deze col liet bewonderen. We namen nog enkele foto’s (47) , (48) van onze renners en reden verder naar de top, tijdens deze rit ging mijn gsm af, het was Franklins, hij vroeg waar we ons bevonden en stelde voor om ons tegemoet te rijden met Patje. We spraken af in Kruth.
Eens op de top parkeerden we onze bestelwagen (49) en namen we onze positie in om de aankomst van on-ze groep digitaal vast te leggen. Intussen had Bleu in het plaatselijk restaurantje twee frisse pinten besteld die we voelden lopen tot in onze kleine teen (50). In de verte zagen donkere wolken samenpakken (51) en het gedonder beloofde niet veel goeds voor het verdere verloop van onze rit.
Niet veel later arriveerde Duchateaux (52), op 4′12″ gevolgd door Dimi (53). Stieri kwam 9′26″ na Duchateaux aan (54), Brechten kon de schade beperken tot 11′28″ (55). De renners namen een kleine pauze en de groepsfoto (56) mocht natuurlijk ook niet ontbreken om te kunnen pochen bij het thuisfront. Brechten zat echter nog vol adrenaline en wou nog eens stunten door een rodelbaan af te fietsen (57), (58), we konden hem tijdig op andere gedachten brengen wat hem een gepeperde ziekenhuisrekening bespaarde.
Onze kilometertellers gaven 77km aan, het was ongeveer 15H30 en we hadden nog 50km voor de boeg. Vermits we zeker tegen 19H00 aan tafel moesten in de sportherberg ging dit, volgens onze berekeningen aan de hand van ons gereden tempo, nipt zijn. Het volgend referentiepunt was Le Mark-stein, op zes kilometer van onze huidige positie, van waaruit we moesten afdalen tot in Kruth. De weg naar Le Markstein gaat golvend op en neer over de bergkam met een prachtig uitzicht (59), (60) al werd deze overschaduwd door dreigende wolken.
Aan Le Markstein fietsten we linksaf en begonnen we aan een prachtige, 14km lage afdaling richting Kruth. Hierbij reden we opnieuw door een bosrijk gebied, Foret Communale d’oderen, genaamd. Er kon redelijk bijgetrapt worden en snelheden van om en bij de 70km/h werden vlot gehaald. Vooral Brechten bleek een begenadigd afdaler te zijn. Plots tijdens deze afdaling werden we in tegenovergestelde richting voorbij gereden door een zware BMW, het was Patje met naast zich Franklins, ze maakten direct rechtsomkeer en zo was onze caravaan terug compleet. Bijna beneden vlamden we loodrecht op een prachtig meer, Lac de Kruth, waar we links afsloegen richting Kruth, daar gingen we achter de kerk rechtsaf om na 700 meters aan de laatste beklimming van de dag de Col d’Oderen te beginnen.
Deze 9,8km lange klim (61) vanuit Kruth heeft een gemiddelde stijgingspercentage van 4,3% en er moeten tot aan de top 422 hoogtemeters overwonnen worden. De eerste 2,5km zijn vals plat, de daaropvolgende kilometers worden gelijkmatig steiler waarbij de laatste 800meters het steilst zijn met een stijging van 7,7%. Een lastige klus dus met reeds 100 zware kilometers in de benen.
Bleu en ik besloten om voor de groep uit te rijden, Patje en Franklins bleven achterop rijden als een soort van bezemwagen. Het werd nog een vervelende klim, in een bosrijke omgeving, met zijn steeds stijgende kilometers. Vooral brechten en Stieri kregen het moeilijk maar ze waren nog niet van plan om op te geven, Duchateaux en Blanc waren er reeds vroeg vandoor gegaan. Op 2 kilometer van de top zag ik een insprong waar ik de bestelwagen nog eens aan de kant smeet om de laatste actiefoto’s te nemen. Duchateaux was de eerste die ons voorbij reed (62) en ook bij hem zagen we eindelijk vage verschijnselen van vermoeidheid. Blanc was de volgende die uit de bocht kwam (63) en hij vroeg op een bijna smekende toon hoe ver het nog was, wij konden hem hierop geen sluitend antwoord geven waarna hij dan maar doorreed.
Brechten en Stieri kwamen zij aan zij aangetrippeld, begeleidt door de ploegwagen met aan boord onze twee ploegdirecteurs Patje en Franklins. De twee coureurs zagen ons staan en persten er nog een laatste sprintje uit, ze hadden trouwens onderling al beslist om er hier mee op te houden, de sprint werd overigens gewonnen door Brechten met een banddikte voorsprong (64).
Nadat we vlug hun fietsen in de camionette hadden ingeladen namen Brechten en Stieri plaats bij Patje en repten we ons naar de top om Blanc en Duchateaux op te vangen. We kwamen net op tijd om Duchateaux te zien aankomen, niet veel later volgde Blanc (65). Er werd besloten om op deze mooie locatie de schitterende rit af te ronden, wilden we nog kunnen genieten van ons avondmaal. We hadden er 110km op zitten en we verlangden allen naar een stevig avondmaal en verfrissende douche. We namen nog enkele foto’s voor in het archief (66),(67), deponeerden de laatste twee fietsen in de bestelwagen en zetten koers richting Le Thillot, onze starplaats, waar we de wagen van Stieri ophaalden om zo door te rijden naar onze herberg.
We arriveerden rond 18h45 in de sportherberg, sommigen namen nog vlug een douche anderen nuttigden een Leffe om op krachten te komen en de verzuurde beentjes eventjes te vergeten. Eens aan tafel werden we aangenaam verrast door een maaltijd met een Belgisch tintje namelijk stoofvlees met frietjes die door de meesten zeer geapprecieerd werd. Het menu werd afgesloten met een overheerlijke tiramitsu waarna we samen de rit van ’s anderendaags bespraken. De vooropgestelde rit van 138km werd unaniem van de tafel geveegd en er werd besloten om opnieuw bij onze gastheer ten rade te gaan voor een plaatselijke rit van ongeveer 70km. Hij stelde ons twee ritten voor, één lastige met enkele steile klims over een afstand van ongeveer 80km een andere met een minder selectief parcours die 70km lang was. Al vlug bleek dat de meerderheid opteerde voor de tweede keuze maar de weersomstadigheden en de ochtendlijke frisheid gingen de doorslag geven.
Na dit kort overleg werd het ritueel van de avond voordien herhaald en werden de tafels bijeen geschoven voor onze tweede pokeravond. De andere gasten ruimden opnieuw plaats en gingen in een zaaltje naast de eetruimte een opgenomen rit van de giro bekijken, een voor hen ‘leuke’ afsluiter van een zware fietsdag. Ons kon dit echter niet bekoren en al vlug rolden de eerste ’chips’ en ‘double pairs’ over de tafel. Het grootste verschil met de avond voordien was dat sommigen zich voldaan voelden met de schitterende prestatie die ze hadden neergezet en wisten dat het ’s anderendaags heel wat minder zwaar zou zijn. Er viel als het ware een last van hun schouders en er werd om het in wielertermen te houden ‘een tandje bijgestoken’ maar dan wel in het veroberen van Leffes. Het werd een echte pokeravond met de bijhorende woordenwisselingen, vreugdekreten, verzuchtingen, …. Om middernacht werd deze pokersessie afgesloten en gingen we naar onze kamers om de koffer in te duiken. Dit was echter buiten Brechten en Bleu gerekend die nog eventjes Plombieres les Bains by night wilden verkennen. Terwijl de rest zich opmaakte voor een welgediende nachtrust waagden ze zich met z’n tweeën aan de pikdonkere afdaling naar het dorp.
Half drie ’s nachts…, we hoorden gestrompel en geroffel, het was onze kamergenoot Bleu die terug was van zijn nachtelijke verkenningstocht in het dorp. Enige tijd later had ook hij zijn bed gevonden en was de rust teruggekeerd, voor even toch. Plots werd ik opnieuw gewekt door lawaai, ik opende mijn ogen en voor mij stond een donker figuur, aan de vorm te zien was het Bleu, uit schrik dat hij bij mij in bed zou kruipen gaf ik hem een por richting zijn eigen bed en draaide mij om, om mijn slaap te hervatten. Het lawaai hield echter niet op en ik stak het licht aan, tot mijn grote verbazing stond Bleu bij het raam aan de knop van de verwarming te draaien, hij was in zijn zoektocht naar het toilet eventjes verdwaald geraakt en dacht dat het kruk van de toiletdeur was die hij in zijn handen had. Nu het licht aan was kon hij zich terug oriënteren, zijn ding doen en en al rochelend en hoestend terug in zijn bed te kruipen. Eindelijk rust…
Filed under: Vogezen 2008 | getagged: Add new tag | 2 Commentaar »
De ochtend van ons vertrek was iedereen om zes uur présent om te vertrekken richting ‘de Vogezen’. Na de verdeling van de bagage en ‘de machtige gasten’ in de wagens zette de caravaan zich op gang. Onze GPS gaf aan dat we zo’n 558km voor de boeg hadden wat ongeveer overeenkwam met een reisduur van een kleine zes uur.
Zelf had ik postgevat in de bestelwagen, type Renault Traffic, die ‘Brechten’ via zijn werk, een grafisch bedrijf te Gistel, kon bemachtigen. Tot onze grote verbazing zat er onder de kap een pittige motor waardoor we het tempo van de andere wagens redelijk vlot konden bijhouden. We besloten om via Kortrijk – Doornik – Charleroi te rijden richting Luxemburg om de files rond Brussel te vermijden. een goed plan zo bleek, we ondervonden geen enkele hinder.
Na een geanimeerde doorreis (nu weet ik vanwaar Brechten de bijnaam ‘Babbelaore’ meekreeg) en 2 stops bereikten we rond 13h30 als laatste van de drie wagens de sportherberg ‘Le Gros Chene’. Het weer was er prachtig en we werden meteen begroet en opgevangen door de uitbaters Michel en Anita. De afgetrainde nederlander wijsde meteen onze kamers aan wat voor ons het startsein was om alles uit te laden. Ook over de kamerverdeling viel vlug een beslissing waardoor iedereen tegen 14H30 klaar was voor de eerste rit. Door het goede weer verscheen iedereen in korte broek en trui en waren de bidons maximaal gevuld en ‘geprépareerd’.
Op onze vraag kregen we van onze gastheer een beschrijving mee van een 75km lange route die door hem omschreven werd als ‘licht glooiend’, een uitdrukking waarover gediscuscieërd kan worden. Zoals vooraf afgesproken ging iedereen deze rit meepikken en dit aan een gezapig tempo zodat we zoveel als mogelijk in groep konden rijden. Er stond immers voor ’s anderdaags een rit van een ander kaliber op het programma.
Twee uitverkorenen kregen de routeomschrijving mee op een velletje papier, en het was rekenen op hun oriëntatievermogen om deze rit tot een goed einde te brengen. De start verliep alvast vlot en de weergoden waren ons zeer gunstig gezind. De route ging in de richting van Remiremont doorheen een prachtige omgeving met goed berijdbare wegen en weinig verkeer.
Na 16 kilometer bereikten we Le Chateau de Lombard en kregen we de eerste klim van de dag voor de wielen die door onze gastheer gecatalogeerd werd onder ’Vogezisch plat’. Al vlug begon het bij enkelen serieus te kriebelen om eens de gashendel open te draaien. Vooral Duchateaux voelde zich in zijn nopjes en het duurde dan ook niet lang of hij testte eens de beentjes. Dimi, Brechten, Bleu en Stieri volgden zijn voorbeeld en al vlug werd er een kloofje geslagen met Franklins, Patje en mezelf. De klim over drie kilometer werd gevolgd door een afdaling tot in Raon aux bois waar de twee groepjes opnieuw verenigd werden.
De route leidde ons verder, in steeds dalende lijn met uizondering van enkel ‘puistjes’, langs La Chapelle Aux bois (48km), Bains les Bains (56km) tot in Les Grand Prés (58km). Iedereen voelde zich nog kiplekker en er werd af en toe nog eens ‘zot’ gedaan, met enkele flitsende démarages, artistieke houdingen op de fiets enz… Er werd eventjes vergeten dat het zwaarste nog moest komen.
Vanuit Les Grand Prés begonnen we aan een 2km lange klim gevolgd door een langere, redelijk steile afdaling. Na deze afdaling , we hadden er dan 67km opzitten, moest er direct opnieuw geklommen worden en er werd besloten om voor de laatste 10km eens voluit te gaan. Dit klonk voor sommigen als muziek in de oren, anderen wensten dat ze al in de sportherberg waren. Weer was het Duchateaux die er flink de pees oplegde met in zijn wiel Dimi,Stieri, Brechten en Bleu. Het overblijvend groepje, Franklins, Patje en mezelf, lieten deze kemphanen rijden om aan hun eigen tempo de klim aan te vatten. Wat iedereen wel niet wist was dat deze laatste klim ongeveer 10km lang was. Door het hoge tempo dat werd opgelegd door Duchateaux moesten Bleu en Stieri afhaken en kwamen ze al vlug in mijn vizier. Franklins en Patje volgden wat verderop.
De route liep door een bos ‘Le bois de la grande mouille’ waarbij we aan onze rechterzijde vergezeld werden van een klein riviertje ‘Le Rivière la Semousse’. Het klaterende water gaf ons een rustgevend gevoel en we hadden visueel niet echt de indruk dat we aan het klimmen waren maar we voelden het wel degelijk ’branden’ in onze kuiten. Bleu en Stieri hadden zich laten uitzakken en met ons drieën legden we samen de laatste kilometers van de klim af, zuchtend, zwetend en kreunend maar het idee dat we er bijna waren gaf ons moed.
In de eerste groep was het echter andere koek en was Duchateaux genadeloos voor zijn twee medevluchters waardoor ook Dimi eventjes de rol moest lossen. Brechten beet zich op karakter vast in het wiel van Duchateaux en kon zo, na toch wel diep gegaan te zijn, de sportherberg bereiken. Niet veel later kwam Dimi aan.
De achtervolgende groep wachtte bij het einde van de klim nog Franklins en Patje op en reden zo naar de sportherberg terug, het venijn zat echter nog in de staart met nog een klimmetje vanaf het funerarium naar de herberg.
Moe en voldaan zat onze eerste rit erop en legden we zo’n 80km af. We plaatsten onze stalen rossen op stal, namen een verkwikkende douche en schoven aan tafel voor een deugddoende maaltijd (1), (2) die bestond uit een voorgerechtje onder vorm van een salade, een spaghetti en als dessert tiramisu.
Na de maaltijd overliepen we samen met de gastheer de rit voor ’s anderendaags, ‘de koninginnerit’ over 121km met de ‘Ballon d’Alsace’ en ‘Grand Ballon’ op het programma. Ik had deze vooraf al een beetje voorbereid en het was de bedoeling dat we gingen starten vanuit La Bresse. Michel raadde ons echter aan om ons traject iets te wijzigen waardoor we er nog een col bijkregen nl.: ‘Col d’Oderen’. We moesten dan wel starten vanuit Le Thillot, wat ook beter uitkwam want dit was dichter en makkelijker met de wagen bereikbaar.
Nadat iedereen op de hoogte was van de routewijziging werden de tafels bij elkaar geschoven om van start te gaan met onze eerste pokeravond (3), (4) in de Vogezen tot grote verbijstering van de andere gasten. Iedereen was voorzien van een Coca-Cola T-shirt met naam op de rug, een creatie en idee van Brechten, en een schuimende Leffe. Het pokeren ging van start en duurde tot middernacht waarna iedereen zijn bed opzocht want de volgende dag beloofde een zware te worden, althans voor sommigen.
Filed under: Vogezen 2008 | Leave a Comment »
Nadat ik vorig jaar met enkele collega’s van het werk een 4-daagse fietsreis naar de Vogezen ondernam, stelde ik dit voor aan enkele vrienden om ook eens te doen. Ik kon uiteindelijk een 9-tal moedigen overhalen met mijn sterke verhalen over de ‘Grand Ballon’ en de ‘ Planche de mes Belles Filles’. Het duurde dan ook niet lang of de boeking voor 9 personen voor de periode van 29/05/2008 tot 01/06/2008 in de sportherberg ‘le Gros Chene’ was in oktober 2007 al een feit.
Deze herberg is gelegen in Plombieres Les Bains, die vooral bekend staat voor haar thermale baden , en wordt uitgebaat door een nederlands koppel, Michel en Anita. De gastheer is zelf een fervent en uitstekend fietser en rijdt mee als gids met groepen vanaf 10 man. ’Le Gros Chene’ kan 23 gasten herbergen in ruime kamers die voorzien zijn van een douche, toilet en bovenal uitstekende bedden. Ook voor de fietsen is er een uitstekende rustplaats voorzien waar ook de nodige materialen ter beschikking liggen voor reiniging en kleine herstellingen.
Het ontbijt en avondmaal dat wordt aangeboden is gevarieerd en ruim voldoende,daarbij hebben ze een goed gevulde frigo met Leffes, voor sommigen onder ons een uitstekende dorstlesser na een stevige rit. Met onze verblijfplaats zit het dus goed nu nog de conditie.
Nu de datum vastlag kon iedereen zich op zijn eigen manier voorbereiden, de één wat meer dan de ander, wat ook logisch is vermits een groot aantal onder ons nog altijd actief is in de wereld van het provinciale voetbal. Voor sommigen duurde de voetbalcompetitie zelfs tot halverwege mei wat hun voorbereiding niet ten goede kwam. Anderen hadden dan weer tijd zat om zich te ‘prepareren’ op de bergen maar wisten zij veel van wat hen echt te wachten stond.
Na enkele samenkomsten hadden we een aantal duidelijke praktische afspraken gemaakt zoals het gebruik van een bestelwagen, het gebruik van kartonnen dozen ter bescherming van de fietsen, taakverdeling, vertrekuur, financiën, aantal ritten, enz…. Het is de bedoeling dat we ginder een drietal mooie ritten kunnen rijden van een 100-tal km.
Een aantal dagen voor ons vertrek kregen we echter te horen dat één van onze groep niet mee kon wegens familiale redenen wat toch een kleine domper was maar die ruimde vlug plaats voor de euforie die heerste door het nakende vertrek naar de Vogezen.
De avond voor onze afreis werden alle fietsen reeds verpakt en in de bestelwagen geladen zodanig dat we ’s anderendaags tijdig konden vertrekken, we spraken af om zes ’s morgens. Nu enkel nog hopen op goed weer, ongevalvrije reis en bij iedereen een goed humeur, de rest volgt dan wel.
Le Gros Chene here we come…
Filed under: Vogezen 2008 | Leave a Comment »