De Koninginnerit
Inleiding
Na een verkwikkende nachtrust was iedereen rond 8h00 paraat voor het ontbijt en zagen we dat het buiten uitstekend weer was om te fietsen. het ontbijt was in de vorm van een buffet en er was voldoende keuze uit fruitsap, koffie, croissants, stokbrood, kaas, …. (1), (2), (3), (4). Tijdens het ontbijt beslisten Franklins en Patje dat ze de voorkeur gaven aan nog een locale route van een 70-tal km, ongeveer dezelfde als de donderdag maar dan in omgekeerde richting, i.p.v. deel te nemen aan de koninginnerit. Dit betekende dat ik alleen met de bestelwagen de rit zou begeleiden. Na het ontbijt werd de route nog eens samen over-lopen en kreeg iedereen op papier een korte beschrijving van de rit mee, daarna begaven we ons naar de kamers om de nodige voorbereidingen te treffen.
Vermits we met de wagens naar ons vertrekpunt Le Thillot gingen moesten de fietsen en het bijhorende materiaal nog in de bestelwagen geladen worden (5), eens dit achter de rug was waren we volledig klaar om aan dit nieuw avontuur te beginnen (6), (7). Franklins groette ‘deze die gingen sterven’ nog voor de laatste maal (8).
De autorit naar Le Thillot duurde ongeveer 45min en we vonden er vlug een ruime openbare parking waar we op ons gemak al het nodige materiaal konden uitladen. Net als volleerde profs checkte ieder zijn fiets en uitrusting (9), en waren we klaar om te vertrekken, enkelen moesten nog wat ballast overboord gooien (10). We hadden zelfs nog even de tijd voor een foto (11). Ik had de GPS ingesteld op ons eerste referentiepunt nl. Saint-Maurice-sur-Moselle vanwaar we de beklimming van de Ballon d’alssace gingen aanvatten, de eerste kuitenbijter van de dag.
De afstand van onze startplaats tot in Saint-Maurice-sur-Moselle bedroeg 6,5km, ideaal als aanloop en om niet ‘koud’ aan de eerste beklimming te beginnen. Bij het wegrijden vanop onze parkeerplaats zaten we direct op de goede baan nl. de N66, die rechtstreeks naar ons eerste doel liep. Het was de bedoeling dat ik voor de ganse rit aan alle cruciale splitsingen ging staan om de fietsers de goede route te tonen, hun bidons aan te vullen, kledij te wisselen, de lijken op te vangen, foto’s te maken, enz…, ik voelde mij als het ware de ‘Dirk Nachtegaele’ (12) van onze bende. Bij de eerste splitsing liep het al mis, we sloegen één straat te vroeg in, en we zaten verkeerdelijk op de MTB-route voor de beklimming van de ‘Alsace’ . Dit foutje werd echter vlug gecorrigeerd en na de goede afslag gevonden te hebben, kon de beklimming van de ‘Ballon d’Alsace’ beginnen.
Ballon d’Alscace
De klim vanuit Saint-Maurice-sur-Moselle bedraagt 9km met een gemiddelde stijgingspercentage van 6,9%. Over deze afstand worden er in totaal 619 hoogtemeters overwonnen. De klim op zich is zeer gelijkmatig op gebied van stijgingspercentage met een minimum van 5,5% en een maximum van 8%. Onze eerste col in de Vogezen was ook de eerste die ooit werd beklommen in de Tour de France en dit in 1905, ene René Poittier kwam hier solo boven en hij was de enige die zijn voet niet hoefde te zetten. Benieuwd hoe wij het er vanaf zullen brengen, maar de wegen toen waren dan ook van mindere kwaliteit.
Voor iedereen van de groep was het dan ook de eerste keer dat ze zo’n klim voor de wielen kregen. De eerste 2 kilometer werd er nog min of meer in groep gereden maar vlug bleek dat iedereen zijn eigen tempo zocht en dit had zo zijn gevolgen. Duchateaux en Brechten reden weg van de rest waarbij Brechten dan nog eens recht op de trappers (13) ging staan om het tempo nog wat op te voeren. Ik reed de renners één voor één voorbij en hun gezichten spraken boekdelen (14), (15), (16). Ergens halverwege parkeerde ik de be-stelwagen om nog wat foto’s te nemen en de fietsers moed in te spreken. Duchateaux en Brechten (17) re-den nog steeds samen voorop wat later gevolgd door respectievelijk Blanc, Stieri en Bleu. De klim verliep verder doorheen een prachtig bosrijk gebied en hoe hoger we kwamen hoe mistiger en koeler het werd. Duchateaux (18) had ondertussen Brechten achter zich gelaten, die zijn overmoedigheid (19) duidelijk moest bekopen en de man met de hamer was tegengekomen, zo erg zelfs dat hij er niet veel later de brui aan gaf en mij gezelschap kwam houden in de bestelwagen, we reden samen door naar de top (20) om alle ren-ners op te wachten. Duchateaux kwam als eerste boven (21) duidelijk onder de indruk van deze eerste, mooie klim. Blanc die een stevige remonte had ingezet was de volgende die we mochten verwelkomen, hij had er ook van genoten. Stieri had dan weer zijn klim slim ingedeeld en constant zijn eigen tempo gereden. Mijn grootste bewondering ging echter uit naar Bleu die op wilskracht vanuit de laatste bocht te voorschijn kwam en de laatste meters nog eventje ‘en danseuse’ nam.
Op de top namen we nog even de tijd voor een paar foto’s (22), (23), (24), (25), het aanvullen van de bi-dons en het aandoen van de thermovesten (26). Zoals gezegd was het er redelijk fris, zeker na een tijdje te hebben stilgestaan en we hadden nog een mooie en lange afdaling voor de boeg, zelfs Brechten had terug de moed gevonden om op zijn fiets te kruipen. Ikzelf reed de groep voor met de bedoeling om nog eens halt te houden in Sewen. De afdaling was er eentje om de vingers van af te likken, goed wegdek, veel bochtenwerk, weinig verkeer,… Met de bestelwagen was het zelfs uitkijken om de bochten goed aan te snijden en met een paar losgelaten fietsers aan je bumper was het extra opletten. De 14km lange afdaling van de Ballon d’alsace eindigt in Sewen van waaruit we verder in licht dalende lijn richting Masevaux fietsten. Ik reed alvast door tot in Masevaux om daar nog even halt te houden en de rennners de juiste afslag aan te wijzen richting de volgende klim nl. de Col Du Hundsruck, we hadden 43km op onze teller staan.
Col Du Hundsruck
Met zijn gemiddelde stijgigngspercentage van 3,9% en een maximum van 5,6% was de Col du Hundsruck de tweede klim van de rit en moest er in totaal 8,7km geklommen worden. Na een kleine 4km zit er zelfs een kleine afdaling van ongeveer 1,5km in deze col. Dit moest dus zeker voor iedereen een haalbare kaart zijn, bijna voor iedereen zoals later zou blijken.
Eens in Masevaux toegekomen gingen we aan de eerste verkeerslichten linksaf (27) en meteen zagen we de voet van de Col Du Hundsruck voor ons opduiken. Iedereen was voldoende gerecupereerd van de eerste klim en er werd meteen een aardig tempo ontwikkeld (28). Bleu had echter pech, bij het ingaan van de eerste bocht viel zijn ketting af, waardoor hij kostbare tijd verloor en vermits de groep hier niets van had gemerkt, was de achterstand onoverbrugbaar geworden. Toch gaf hij niet op en zette de achtervolging in, wat hem heel wat energie kostte.
De groep viel uiteen en de volgorde van de eerste klim werd opnieuw gerespecteerd d.w.z. Duchateaux (29)voorop gevolgd door het fietskoppeltje Blanc en Stieri (30). Brechten had echter zijn lesje geleerd op ‘de Alsace’ en reed zijn eigen tempo om de motor niet op te blazen (31). Bleu had zoals eerder vermeld een ach-terstand door pech.
Na ongeveer 3,7 km klimmen volgde een leuke afdaling van 1,5km met enkele pittige bochten, dit leverde spectaculaire foto’s op (33), (34), (35), (36). Na dit korte intermezzo volgde de rest van de klim, over een afstand van 3,5km met een gemiddeld stijgingspercentage van 5%, die door iedereen vlot werd afgehaspeld met uitzondering van Bleu. Hij had zich leeggereden en zag het niet meer zitten om aan het tweede deel van de klim te beginnen. Zijn fiets werd in de bestelwagen gedeponeerd om er pas ‘s avonds terug uit te komen en zo had ik mijn eigen co-piloot voor de rest van de rit.
Eens boven op de Col Du Hundsruck (37), (38) hadden we zo’n 54km afgelegd en begon de maag van de meesten flink te knorren, dus werd er besloten om ergens halt te houden en de verloren caloriën terug aan te vullen vooraleer we de zwaarste klim van de dag, ‘de Grand Ballon’ , zouden aanvatten. Hiervoor moesten we tot in Willer-Sur-Thur afdalen maar tijdens onze doortocht in Bitschwiller-les-Than vonden we een deftig restaurant om onze primaire behoefte te bevredigen. We konden er makkelijk onze bestelwagen kwijt op de private parking en werden er, ondanks onze niet alle-daagse verschijning, toch hartelijk ontvangen door een jonge deerne die we in ons beste frans konden wijs maken wat we wilden eten en drinken (39). Zoals het echte profs beaamt werd er volop gekozen voor pasta’s in al zijn mogelijke vormen. Tijdens onze maaltijd vroegen we ons luidop af wat onze twee thuisgebleven fietscompanen, Franklins en Patje, aan het uitspoken waren. We hadden zo het idee dat er bij hen van fietsen niet veel in huis zou komen, zoals later zou blijken hadden we hen duidelijk onderschat.
Deze culinaire stop nam ongeveer een uurtje in beslag waarna we met vol goede moed aan het tweede deel van onze rit begonnen. Bleu besloot om mij nog steeds te vergezellen in de bestelwagen terwijl de anderen zich opmaakten om de Grand Ballon te bedwingen. Hiervoor moesten we nog zo’n 1,5km fietsen tot in Willers-Sur-Thur, niet de ideale aanloop om met een volle maag aan een klim van 16km te beginnen.
Grand Ballon
De Grand Ballon is de hoogste berg in de Vogezen en vanuit Willers-Sur-Thur is de klim tot aan de top 16km lang waarbij er 974 hoogtemeters moeten overwonnen worden. De gemiddelde stijgingsgraad van de klim bedraagt 6,1% waarbij de klim naar het einde toe steiler wordt met een maximale stijgingsgraad van 8,5%.
Eens we Willers-Sur-Thur binnenreden gingen we op het eerste rondpunt rechtsaf richting de Grand Ballon(40). Iedereen vatte de klim op zijn eigen tempo aan, er waren duidelijk lessen getrokken uit de vorige twee cols. Duchateaux en Blanc trokken samen op pad (41) richting Col Amic, een soort tussenstation, vanwaar de laaste jump naar de top van de col wordt gemaakt. Stieri (42) en Brechten (43) reden afzonderlijk naar boven met slechts één doel voor ogen, de top bereiken, hoe en wanneer maakte hen niet uit.
Bleu en ik reden door tot aan de Col Amic (44) om er eventjes halt te houden, daar zagen we een groep wielertoeristen van een man of tien, aan hun kledij te zien van dezelfde club, die zich klaarmaakten om de laatste zware zeven kilometers (45), (46) af te haspelen. Op zicht konden we uitmaken wie van die groep nog fris zat en wie op zijn tandvlees zat, er waren er duidelijk meer die onder de tweede categorie vielen.Ze moedigden elkaar nog wat aan en weg waren ze.
Niet veel later kwam Duchateaux in ons vizier, hij had afstand genomen van Dimi en reed ons aan een in-drukwekkend tempo en op souplesse voorbij richting de top, nog zeven kilometer te gaan. Dimi was de volgende die we mochten begroeten en ook hij reed in één ruk door. Bleu en ik besloten om niet op Stieri en Brechten te wachten en door te rijden naar de top om de aankomsten van onze renners te kunnen vereeuw-igen. We lasten nog een stop in op ongeveer twee kilometer van de top en op onze weg passeerden we de groep wilertoeristen waarvan er reeds een groot aantal rijp waren om te worden opgepeuzeld door Ducha-teaux. Er was zelfs een ongelukkige bij die zijn maaginhoud op de flanken van deze col liet bewonderen. We namen nog enkele foto’s (47) , (48) van onze renners en reden verder naar de top, tijdens deze rit ging mijn gsm af, het was Franklins, hij vroeg waar we ons bevonden en stelde voor om ons tegemoet te rijden met Patje. We spraken af in Kruth.
Eens op de top parkeerden we onze bestelwagen (49) en namen we onze positie in om de aankomst van on-ze groep digitaal vast te leggen. Intussen had Bleu in het plaatselijk restaurantje twee frisse pinten besteld die we voelden lopen tot in onze kleine teen (50). In de verte zagen donkere wolken samenpakken (51) en het gedonder beloofde niet veel goeds voor het verdere verloop van onze rit.
Niet veel later arriveerde Duchateaux (52), op 4’12″ gevolgd door Dimi (53). Stieri kwam 9’26″ na Duchateaux aan (54), Brechten kon de schade beperken tot 11’28″ (55). De renners namen een kleine pauze en de groepsfoto (56) mocht natuurlijk ook niet ontbreken om te kunnen pochen bij het thuisfront. Brechten zat echter nog vol adrenaline en wou nog eens stunten door een rodelbaan af te fietsen (57), (58), we konden hem tijdig op andere gedachten brengen wat hem een gepeperde ziekenhuisrekening bespaarde.
Onze kilometertellers gaven 77km aan, het was ongeveer 15H30 en we hadden nog 50km voor de boeg. Vermits we zeker tegen 19H00 aan tafel moesten in de sportherberg ging dit, volgens onze berekeningen aan de hand van ons gereden tempo, nipt zijn. Het volgend referentiepunt was Le Mark-stein, op zes kilometer van onze huidige positie, van waaruit we moesten afdalen tot in Kruth. De weg naar Le Markstein gaat golvend op en neer over de bergkam met een prachtig uitzicht (59), (60) al werd deze overschaduwd door dreigende wolken.
Aan Le Markstein fietsten we linksaf en begonnen we aan een prachtige, 14km lage afdaling richting Kruth. Hierbij reden we opnieuw door een bosrijk gebied, Foret Communale d’oderen, genaamd. Er kon redelijk bijgetrapt worden en snelheden van om en bij de 70km/h werden vlot gehaald. Vooral Brechten bleek een begenadigd afdaler te zijn. Plots tijdens deze afdaling werden we in tegenovergestelde richting voorbij gereden door een zware BMW, het was Patje met naast zich Franklins, ze maakten direct rechtsomkeer en zo was onze caravaan terug compleet. Bijna beneden vlamden we loodrecht op een prachtig meer, Lac de Kruth, waar we links afsloegen richting Kruth, daar gingen we achter de kerk rechtsaf om na 700 meters aan de laatste beklimming van de dag de Col d’Oderen te beginnen.
Col d’Oderen
Deze 9,8km lange klim (61) vanuit Kruth heeft een gemiddelde stijgingspercentage van 4,3% en er moeten tot aan de top 422 hoogtemeters overwonnen worden. De eerste 2,5km zijn vals plat, de daaropvolgende kilometers worden gelijkmatig steiler waarbij de laatste 800meters het steilst zijn met een stijging van 7,7%. Een lastige klus dus met reeds 100 zware kilometers in de benen.
Bleu en ik besloten om voor de groep uit te rijden, Patje en Franklins bleven achterop rijden als een soort van bezemwagen. Het werd nog een vervelende klim, in een bosrijke omgeving, met zijn steeds stijgende kilometers. Vooral brechten en Stieri kregen het moeilijk maar ze waren nog niet van plan om op te geven, Duchateaux en Blanc waren er reeds vroeg vandoor gegaan. Op 2 kilometer van de top zag ik een insprong waar ik de bestelwagen nog eens aan de kant smeet om de laatste actiefoto’s te nemen. Duchateaux was de eerste die ons voorbij reed (62) en ook bij hem zagen we eindelijk vage verschijnselen van vermoeidheid. Blanc was de volgende die uit de bocht kwam (63) en hij vroeg op een bijna smekende toon hoe ver het nog was, wij konden hem hierop geen sluitend antwoord geven waarna hij dan maar doorreed.
Brechten en Stieri kwamen zij aan zij aangetrippeld, begeleidt door de ploegwagen met aan boord onze twee ploegdirecteurs Patje en Franklins. De twee coureurs zagen ons staan en persten er nog een laatste sprintje uit, ze hadden trouwens onderling al beslist om er hier mee op te houden, de sprint werd overigens gewonnen door Brechten met een banddikte voorsprong (64).
Nadat we vlug hun fietsen in de camionette hadden ingeladen namen Brechten en Stieri plaats bij Patje en repten we ons naar de top om Blanc en Duchateaux op te vangen. We kwamen net op tijd om Duchateaux te zien aankomen, niet veel later volgde Blanc (65). Er werd besloten om op deze mooie locatie de schitterende rit af te ronden, wilden we nog kunnen genieten van ons avondmaal. We hadden er 110km op zitten en we verlangden allen naar een stevig avondmaal en verfrissende douche. We namen nog enkele foto’s voor in het archief (66),(67), deponeerden de laatste twee fietsen in de bestelwagen en zetten koers richting Le Thillot, onze starplaats, waar we de wagen van Stieri ophaalden om zo door te rijden naar onze herberg.
Poker Night part II
We arriveerden rond 18h45 in de sportherberg, sommigen namen nog vlug een douche anderen nuttigden een Leffe om op krachten te komen en de verzuurde beentjes eventjes te vergeten. Eens aan tafel werden we aangenaam verrast door een maaltijd met een Belgisch tintje namelijk stoofvlees met frietjes die door de meesten zeer geapprecieerd werd. Het menu werd afgesloten met een overheerlijke tiramitsu waarna we samen de rit van ‘s anderendaags bespraken. De vooropgestelde rit van 138km werd unaniem van de tafel geveegd en er werd besloten om opnieuw bij onze gastheer ten rade te gaan voor een plaatselijke rit van ongeveer 70km. Hij stelde ons twee ritten voor, één lastige met enkele steile klims over een afstand van ongeveer 80km een andere met een minder selectief parcours die 70km lang was. Al vlug bleek dat de meerderheid opteerde voor de tweede keuze maar de weersomstadigheden en de ochtendlijke frisheid gingen de doorslag geven.
Na dit kort overleg werd het ritueel van de avond voordien herhaald en werden de tafels bijeen geschoven voor onze tweede pokeravond. De andere gasten ruimden opnieuw plaats en gingen in een zaaltje naast de eetruimte een opgenomen rit van de giro bekijken, een voor hen ‘leuke’ afsluiter van een zware fietsdag. Ons kon dit echter niet bekoren en al vlug rolden de eerste ’chips’ en ‘double pairs’ over de tafel. Het grootste verschil met de avond voordien was dat sommigen zich voldaan voelden met de schitterende prestatie die ze hadden neergezet en wisten dat het ’s anderendaags heel wat minder zwaar zou zijn. Er viel als het ware een last van hun schouders en er werd om het in wielertermen te houden ‘een tandje bijgestoken’ maar dan wel in het veroberen van Leffes. Het werd een echte pokeravond met de bijhorende woordenwisselingen, vreugdekreten, verzuchtingen, …. Om middernacht werd deze pokersessie afgesloten en gingen we naar onze kamers om de koffer in te duiken. Dit was echter buiten Brechten en Bleu gerekend die nog eventjes Plombieres les Bains by night wilden verkennen. Terwijl de rest zich opmaakte voor een welgediende nachtrust waagden ze zich met z’n tweeën aan de pikdonkere afdaling naar het dorp.
Half drie ‘s nachts…, we hoorden gestrompel en geroffel, het was onze kamergenoot Bleu die terug was van zijn nachtelijke verkenningstocht in het dorp. Enige tijd later had ook hij zijn bed gevonden en was de rust teruggekeerd, voor even toch. Plots werd ik opnieuw gewekt door lawaai, ik opende mijn ogen en voor mij stond een donker figuur, aan de vorm te zien was het Bleu, uit schrik dat hij bij mij in bed zou kruipen gaf ik hem een por richting zijn eigen bed en draaide mij om, om mijn slaap te hervatten. Het lawaai hield echter niet op en ik stak het licht aan, tot mijn grote verbazing stond Bleu bij het raam aan de knop van de verwarming te draaien, hij was in zijn zoektocht naar het toilet eventjes verdwaald geraakt en dacht dat het kruk van de toiletdeur was die hij in zijn handen had. Nu het licht aan was kon hij zich terug oriënteren, zijn ding doen en en al rochelend en hoestend terug in zijn bed te kruipen. Eindelijk rust…